1. Meer ruimte voor vrijwillige overuren
Het jaarlijkse plafond voor vrijwillige overuren wordt verhoogd van 220 naar 360 uur.
- 240 van deze uren zijn vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen.
- De maatregel geldt retroactief vanaf 1 april 2026.
- Deeltijdse werknemers kunnen vrijwillige overuren presteren bij een tijdelijke toename van het werk en mits zij minstens drie jaar anciënniteit hebben.
2. Intentieverklaring bij uitzendarbeid verdwijnt
De verplichte intentieverklaring bij uitzendarbeid wordt afgeschaft. Deze administratieve vereenvoudiging vermindert de formaliteiten voor zowel werkgevers als uitzendkantoren en zorgt voor een vlottere inzet van uitzendkrachten.
3. Nieuwe regels rond nachtarbeid
Het algemene verbod op nachtarbeid wordt opgeheven. Nachtarbeid blijft in principe gedefinieerd als arbeid tussen 20.00 uur en 6.00 uur. Voor ondernemingen in de distributie- en e-commercesector geldt voortaan een aangepaste definitie: nachtarbeid loopt daar van 23.00 uur tot 6.00 uur.
4. Lagere minimumgrens voor deeltijdse arbeid
Sinds 1 juni 2026 wordt de minimumduur van een deeltijdse arbeidsovereenkomst verlaagd van één derde naar één tiende van een voltijdse betrekking. Deze maatregel biedt werkgevers meer flexibiliteit bij het organiseren van werk en creëert bijkomende mogelijkheden voor werknemers die slechts beperkt beschikbaar zijn.
5. Maximale opzegtermijn van 52 weken
Voor werknemers die vanaf 1 juni 2026 in dienst treden, geldt een maximale opzegtermijn van 52 weken zodra zij 17 jaar of meer anciënniteit hebben opgebouwd. Hiermee wordt een plafond ingevoerd op de verdere opbouw van opzegtermijnen voor nieuwe arbeidsovereenkomsten.
6. Vereenvoudiging van het arbeidsreglement
Werkgevers moeten niet langer alle mogelijke voltijdse uurroosters opnemen in hun arbeidsreglement. Voortaan volstaat een algemeen kader met de volgende elementen:
- De werkdagen;
- Het tijdvak waarin gewerkt kan worden;
- De dagelijkse arbeidsduur;
- De wekelijkse arbeidsduur.
Dit zorgt voor meer flexibiliteit en minder administratieve lasten.
7. Uitbreiding van seizoensarbeid in land- en tuinbouw
Ook voor gelegenheidsarbeid worden de regels aangepast. Uitzendkrachten in de tuinbouw en landbouw krijgen voortaan dezelfde contingenten als andere seizoenarbeiders:
- 100 dagen gelegenheidsarbeid in de tuinbouw;
- 50 dagen gelegenheidsarbeid in de landbouw.
Hierdoor kunnen sectoren die sterk afhankelijk zijn van seizoenswerk gemakkelijker inspelen op piekperiodes.
Heb je vragen over de impact van deze wijzigingen op jouw organisatie? Onze HR-experten helpen je graag verder met advies op maat.